Hans Berrevoets, de Jan Veenis van de eenentwintigste eeuw

door Jerry van Rekom

De grootste schaakpromotor van de Drechtstreek doet weer eens van zich spreken. Dat doet ie al decennia lang, maar nu bakt hij het helemaal van eieren door zich te ontpoppen als de nieuwe Jan Veenis. Hij probeert in deze eeuw in de voetsporen te treden van de legendarische voormalige wedstrijdleider van Sliedrecht en het Fokkertoernooi. We hebben het natuurlijk over Hans Berrevoets, degene met al veel op zijn journalistieke kerfstok, maar nu lijkt hij zijn grote voorbeeld te imiteren. Hoe dat kan zullen we uit de doeken doen… Mooi pleidooi van Hans zo aan het begin van 2015 om het speeltempo te bekorten, maar niet echt nieuw of vernieuwend. Hij heeft kennelijk wat geschiedschrijving gelezen en is terecht gekomen in het jaar 1985. Daar heeft hij uit eigen werk (uit de Veenis-special) het volgende kunnen lezen:

"In december 1985 is het weer raak rond Jan Veenis. Terwijl de FIDE Sliedrechtenaar Henk Prins de beste tweezet specialist ter wereld noemt, geeft hij commentaar op de tussenstand in de wedstrijd Spijkenisse -- Sliedrecht: 0-0. Hij wil geen afgebroken partijen in de RSB-competitie meer zien. Uiteraard regent het wat protesten, het eindspel van het schaakspel zou geen rol meer spelen en de discussie woedt enkele jaren.

Ook tegen deze visie valt uiteindelijk niet meer te vechten, want het versneld uitspelen van RSB-wedstrijden is nu vanzelfsprekend geworden en de FIDE heeft Jan Veenis ook gehoord en wil nu zelfs wereldwijd nog een stap verder gaan. De baggeraars uit Sliedrecht komen inderdaad overal…" ``Wat Jan kan, kan ik ook", moet onze schaakpromotor tijdens de kerst gedacht hebben. Veenis pleitte inderdaad al vroeg voor het afschaffen van afgebroken partijen. Het duurde even voordat de RSB dit vooruitstrevende voorstel overnam, maar uiteindelijk kreeg Veenis zijn gelijk. Nooit meer afbreken en elke partij kreeg tijdens de speelavond een uitslag. Nu weten we niet meer beter. De afgelopen jaren is ook nog eens het speeltempo aan de huidige tijd aangepast, zodat we niet meer met twee tijdcontroles worden geconfronteerd maar eigenlijk maar met één. Helemaal van deze tijd.

Waarom dan nog meer afkabbelen aan de kostbare bedenktijd van de nobele schaker? Het is al best snel geworden en om de speeltijd nog meer te verkorten gaat ten koste van de schoonheid van schaakpartijen. Het motto van Hans "Afraffelen die partij en dan snel naar huis" kan nooit de bedoeling zijn van de zo door fraaie partijen gesierde denksport. Maar wat bezielt onze schaakpromotor dan om de schaakavonden te bekorten? Laten we even zijn argumenten onder de loep nemen en daar een tegenargument bij benoemen.

Andere tijdsbestedingen duren niet zo lang. Ja, de 100 meter duurt voor Usain Bolt ook nog geen 10 seconden. Denksporten staan bekend om de tijdsduur en dat is juist een charme. Anders moet je maar alleen gaan snelschaken. Twee potjes en daarna naar de gebreide broek. Dit argument snijdt dus geen hout. De meesten moeten vroeg op. Dit staat haaks op het latere argument van vergrijzing. Al die oudjes kunnen best een uurtje blijven liggen. En dat de werkenden veel reistijd hebben is ook niet meer van deze tijd. Thuiswerken is gemeengoed geworden en daardoor kunnen files ontweken worden, maar ook reistijd is bij velen reeds verdwenen. Misschien dat het voor sommigen nog geldt, maar één keer per week kan daar vaak wel van worden afgeweken. Dit argument is er één uit de oude doos.

De jeugd moet vroeg naar bed en vroeg op. Je denkt toch zeker niet dat als de jeugd eerder klaar zijn ze eerder naar huis gaan, laat staan dat ze als ze dat wel doen nog huiswerk gaan zitten maken? Ja, gamen op de tablet of nog even een filmpje pikken (letterlijk = illegaal downloaden) en nog even kijken. En dat leerkrachten klagen over het bijslapen van de leerlingen tijdens het eerste uur geldt in het algemeen en niet voor de schaakjeugd an sich. Flauwe kul argument dus.

Niemand blijft meer aan de bar hangen na een partij. Een argument dat alleen geldt voor chocomelkdrinkers. Bij heel veel verenigingen is het sociale analyseren aan de bar de verbindende factor. En dan wordt er niet op een half uurtje gekeken. En inderdaad, bij sommige verenigingen gaan veel spelers vaak na de laatste zet direct weg. Dat zullen ze ook doen als de speeltijd wordt bekort. Ook geen steekhoudend argument.

Fris zijn aan het begin van de week. Dit argument geldt misschien voor werkenden van 50 tot 65 (of 66 inmiddels), maar voor de jeugd geldt het niet, voor pensionadas niet en ook niet voor de tussengroep, die in de bloei van hun leven staat. Het is juist een voorrecht om aan het eind van de week te spelen als ontspanning. Velen hebben juist een vreselijke hekel aan het spelen op maandag of dinsdag. Ook geen steekhoudend argument.

Nederland wordt Engels. Wat als Hans de volgende stedentrip in Spanje houdt? Daar doen ze altijd rustig aan, kijken ze niet op een uurtje en beginnen pas 's avonds echt te leven. Tijd voor een lange schaakpartij dus! Nee, dit argument van het moment is na de volgende reis geschrapt.

Met minder tijd kan de concentratie beter worden. Een senior vertelde me onlangs dat hij een prima partij speelde, maar op het laatst tijd tekort kwam tegen de jongere speler, die alles veel sneller ziet. Ondanks die 5 seconden extra per zet moest hij snel het hoofd buigen. Nog minder tijd geven zal dit element versterken.

Iedereen gelijke kansen door bedenktijd te verkorten. Gezien bovenstaande argumenten de doodsteek voor het voorstel. Het is helemaal niet gelijkwaardig. Integendeel, de oudjes zullen door het versnelde tempo nog meer onder de voet worden gelopen door de jeugd. En van mooie partijen wordt steeds minder sprake. Analyses zijn niet meer nodig, want zoveel fouten per partij zijn toch niet te voorkomen.

Al met al lijkt me versnelling van het speeltempo een ramp voor de schaaksport, zijn sociale functie en voor de kwaliteit van de schaaksport. Laat ons maar lekker lang spelen, lekker lang aan de bar hangen en lekker lang nagenieten van een goede schaakpartij. Maar misschien krijgt de vergrijsde Hans over een paar jaar wel gelijk en zijn zin, net als in de vorige eeuw dat gelijk werd toegekend aan zijn grote voorbeeld Jan Veenis!!

PS: Deze reactie is natuurlijk bedoeld om de boel op scherp te zetten.